-A +A

De compagnonnage is historisch gedeeltelijk verbonden met de orde van de Cisterciënzen en de Orde van de Tempel. De compagnons zorgden bijvoorbeeld voor het gekwalificeerde handwerk en de onmisbare hulp aan de monnik-soldaten tijdens de Kruistochten.

Dit is wat men vandaag noemt logistiek in het gewoon leven of de genie in het leger. En zonder in een extreem etnocentrisme te gaan, des relaties hebben veel te danken aan Troyes en de Aube.

Ene Robert de Molesme, geboren te Troyes rond 1029, stad die ook de plaats is van zijn noviciaat, sticht de Orde van de Cisterciënzen. Deze Benedictijn droeg het habijt van de hervormende monnik om de abdij van Cïteaux op te richten, de wieg van een nieuwe religieuze orde die een ware opkomst kent onder impuls van Bernard de Clairvaux. De toekomstige Heilige Bernard vestigde zijn abdij in de Aube, in Clervaux, en overtuigde negen ridders om naar Jeruzalem te trekken om er het graf van Christus te verdedigen tegen de uitbreiding van de moslims.

De leider van deze kleine groep heet Hugues de Payns, heer van het gelijknamige dorp gelegen op enkele kilometers van Troyes. Gedurende een aantal jaren in de Heilige Grond, vormt Hugues de Payns een riddergezelschap op met als missie om de pelgrims te beschermen. Deze militie wordt de Arme ridders van Christus genoemd en vestigt zijn hoofdkwartier aan de voet van de tempel van Salomon. Het is de toekomstige Orde van de Tempel, gesticht in 1120, maar waarvan de regel, die vermoedelijk werd opgesteld of geïnspireerd is door Bernard de Clervaux, officieel wordt goedgekeurd op 13 januari 1129 tijdens het concilie van Troyes. Hugues de Payns wordt er de eerste grote meester van. De eerste tempelierscommanderie van het westen ziet het licht in Payns, in het domein van Hugues de Payns, aan de poorten van Troyes(1).

Uit de afstamming van de tempeliers met de cisterciënzen komt waarschijnlijk de afstamming van de compagnonnage. Twee eminente abdijen van de orde van de Cisterciënzen, Pontigny en Clairvaux, liggen op gelijke afstand van het bos van Othe, dat zich uitstrekt over de huidige departementen Aube en Yonne. Er werken ijzerhandelaars in dit bos. Ze zijn georganiseerd in verenigingen en zijn verbonden met de graaf van Champagne door een “deverium” of een “taak” in het Nederlands, die hun productiegeheimen beschermt. Dit zou de oorsprong zijn van de nog steeds gebruikte uitdrukking “compagnon du devoir”.

De Cisterciënzen zullen in heel Europa deelnemen aan de bouw van meer dan 250 kathedralen, van 35 000 kerken, van duizenden kloosters, maar ook bruggen en versterkte plaatsen. Deze bruisende bouwlust ligt aan de oorsprong van de moderne compagnonnage (de Heilige plicht van God) en van de vranke metselaarij, die vrijmetselarij wordt. Als er geen formele link bestaat tussen de compagnonnage en de vrijmetselarij, dan verleende de twee haar symboliek aan de eerste en veel compagnons worden of werden er geïnitieerd.

Bijkomende analogie: het broederschap van de arbeider creëert loges aan de voet van de kathedralen in aanbouw. Maar het woord “loge” dient later om de gehoorzaamheid van de vrijmetselaars en het lokaal te bepalen, ook genoemd “tempel” waarin de broeders zich verenigen. Men vindt nu bij de vrijmetselaars van Troyes een loge Saint-Bernard en een loge Hugues de Payns...

(1) Een museum vertelt er over het leven van Hugues de Payns en van de epos van de Tempeliers. Het bevat ook vele archeologische overblijfselen die op de site zijn ontdekt, waarvan een monetaire schat, gevonden in 1998.