-A +A


In de 5e eeuw, vielen hordes van de verschrikkelijke Attila Europa binnen. In 451, staan de Hunnen aan de poorten van Troyes. Ze leverden net een felle strijd met de Romeinse troepen op enkele kilometers daar vandaan. De barbaarse soeverein dreigde de stad in te nemen die zich op de weg van zijn terugtrekking vindt. Bisschop Loup, bisschop van Troyes, stuurt een delegatie op om met hem te parlementeren. Alle gezanten werden onthoofd, met uitzondering van een.

De geestelijk beslist dan om zelf te gaan naar de gevreesde indringer om de plundering van de stad te voorkomen. Er vindt een dialoog plaats tussen de twee mannen. “Ik ben een plaag van God! “, zegt Attila. “En ik ben Loup, een naam die overeenkomt met de uwe voor de verwoesting van de kudde! “, antwoord de bisschop, die geen gebrek heeft aan repliek noch koelbloedigheid. Dan heeft de koning van de Hunnen de stad gespaard en smeekte bisschop Loup om hem te begeleiden tot aan de Rijn. Daarbij trekt de bisschop van Troye het ongenoegen van de inwoners van de stad, die hem ervan beschuldigen een pact te hebben afgesloten met de vijand. Menselijke ondankbaarheid! Na vier jaar ballingschap, neemt de man van God opnieuw bezit van zijn bisdom (zetel die hij in totaal tweeënvijftig jaar zal bekleden!).

Maar het hoofd bieden aan Attilla en zijn stepperidders was slechts een vriendelijke peripetie in de carrière van bisschop Loup die er, volgens de legende, in slaagt om het anders klinkende exploot om een einde te maken aan het Chair salée. Het Chair salée was de bijnaam van de verschrikkelijk gevleugelde draak die de buurt van de stad verwoestte. De onverschrokken bisschop zal hem met een zwaardslag doden (merk op dat hij eerst carrière maakte in het leger voor hij in het geloof stapte). Op dit aspect, de uiteenlopende versies: voor sommigen symboliseert de draak Attila, voor anderen belichaamt hij de ketterij, het heidendom en de zonde.

Toch is het ook zo dat het Chair salée ook een rommelmonster was waarmee de kanunniken van Troyes gedurende drie dagen wandelden tijdens de processies die Hemelvaart voorafgingen. Dit symbool, evenals de religieuze ceremonie en het groot populair feest die hij deed plaatsvinden werden verboden vanaf 1728 door de bisschop van Troyes, verre opvolger van Saint-Loup.

Als de illustere bisschop van Troyes nu nog zou bestaan, dan zou men hem dapper voor de wolven zien springen - de echte, van vlees en bloed - die, sinds kort, het platteland van de Aube begeesteren door fokkerijen te decimeren en de eeuwige verschrikkingen te laten ontwaken. Zoals bij Attila, hij zou ongeveer deze taal gehad hebben: “En ik ben Loup, een naam die overeenkomt met de uwe voor de verwoesting van de kudde! “