De Tempeliers

De Orde van de Tempeliers

in 1118-1119, richten Hugo van Paynes, Godfried van Sint-Omaars en 7 compagnons een militie (bestaande uit ridder-monniken) op om de pelgrimsroute te bewaken, en de veroveringen van de eerste kruistocht te behouden (inname van Jeruzalem in 1099)

De "Arme Ridders van Christus" worden door koning Boudewijn II van Jeruzalem ondergebracht in de vleugel van zijn paleis die grenst aan de "El Aqsa" moskee, die was gebouwd ter vervanging van de tempel van Salomo uit de oudheid. De kruisvaarders dopen "El Aqsa" als snel terug tot "de tempel van Salomo, waarvan de fundamenten nog bestaan, en ontlenen er de naam van hun orde aan, de Tempeliers.

De orde blijft zich gedurende de hele middeleeuwen uitbreiden, totdat hij in 1314 verdwijnt, met de dood van Jaeques de Molay, de laatste grootmeester van de Orde van de Tempeliers. 
Hun aanraking met de oosterse wereld brengt het westen van Europa veel nieuwe kennis. De Tempeliers worden de belangrijkste financiers (exploitatie van commanderijen, jaarmarkten, land) en bouwmeesters (Kathedralen...) van de middeleeuwen.

De Orde van de Tempel is opgericht in Jeruzalem, maar vindt zijn oorsprong in de zuidelijke Champagne (nu de Aube).

Hugo van Payns wordt rond 1070 geboren op het Kasteel van Payns (een gemeente van ongeveer 900 inwoners, tegenwoordig dichtbij Troyes). Het is in deze periode dat de Turken Jeruzalem zullen binnenvallen. In 1095 roept Paus Urbanus II een concilie bijeen waarin hij de gelovigen oproept het Graf van Christus uit handen van de Turken te bevrijden.

Enkele maanden later vertrekken verschillende legers uit het Westen (met daarbij waarschijnlijk Hugo van Payns). Na drie jaar van meedogenloze oorlogen, nemen de kruisvaarders op 15 juli 1099 Jeruzalem in. Maar het bescheiden koninkrijk van Jeruzalem dat opeens ontstaan is heeft een te kleine bevolking, en het merendeel van de pelgrims die er komen worden regelmatig aangevallen en uitgemoord.

Deze barbaarse wreedheden doen Hugo van Payns en zijn compagnon Godfried van Sint-Omaars ertoe besluiten een volksleger samen te stellen dat zich met lichaam en ziel inzet voor het christelijke doel (1119).

In 1127 vraagt Hugo van Payns de paus een concilie bijeen te roepen dat de oprichting van de Orde van de Tempel officieel goed kan keuren. In datzelfde jaar schenkt Graaf Theobald van Champagne een domein dat in zijn bezit is.

In 1129 ontvangt de orde de lang verwachte erkenning van de koninklijke en christelijke autoriteiten. Hugo van Payns sterft een vermoedelijk natuurlijke dood in 1136.

In de 12e eeuw wordt een belangrijke commanderij van de Tempeliers opgericht in Payns, maar de plaats en de exploitatie ervan worden nooit openbaar gemaakt.

In 1997 opent een stichting, speciaal in het leven geroepen om het lokale erfgoed, in samenwerking met de gemeente Payns, in stand te houden, een museum in een oude gerenoveerde boerderij zodat de geschiedenis van de oprichter van de Orde herontdekt kan worden. In 1998 vraagt de stichting vervolgens toestemming aan de DRAC (Regionale Directie voor Cultuurzaken) van Champagne Ardenne om de vermeende locatie van de Commanderij van de Tempeliers van Payns te onderzoeken.

Dit is van groot belang want de locatie zou zich op het eigen land van de oprichter van de Tempeliers bevinden. Het is wat dat betreft het prototype van de commanderijen van de Tempeliers in het Westen.

Het onderzoek bestaat uit een grote opgraving, waarbij de volledige funderingen van de kapel van de commanderij met zijn veelkleurige tegelvloer uit de 12e eeuw en sporen van naastgelegen gebouwen worden blootgelegd.

Bij het dichten van de opgraving is daarnaast een geldschat gevonden van ongeveer 650 middeleeuwse muntern. Naar wettelijk voorschrift is de volledige ontdekking overgedragen aan de DRAC om door een specialist te worden onderzocht. Daarna zal hij worden teruggegeven aan het Musée Saint Loup in Troyes, en waarschijnlijk gedeeltelijk aan het Musée Hugues de Payns.

Inlichtingen en bezoek aanhet museum
www.huguesdepayns.fr